Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2023:9878

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
5 oktober 2023
Publicatiedatum
26 oktober 2023
Zaaknummer
C/10/665354 / JE RK 23-2170
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot verlenging ondertoezichtstelling minderjarige met ASS-problematiek

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige met ASS-problematiek voor drie maanden. De minderjarige woont bij zijn moeder en er waren zorgen over de thuissituatie bij beide ouders. De ouders hebben zelf een hulpverleningstraject bij Yulius ingezet.

Tijdens de zitting, waarbij de minderjarige, ouders en vertegenwoordigers van de GI aanwezig waren, werd het verzoek toegelicht en besproken. De moeder en vader voerden verweer tegen het verzoek, stellende dat de hulpverlening voldoende is en verlenging niet nodig is.

De kinderrechter overwoog dat hoewel er zorgen zijn over de ontwikkeling van het kind, de hulpverlening door de ouders zelf is opgestart en de situatie bij de moeder stabiel is. Tevens is er mogelijkheid tot opvang bij de grootouders. De kinderrechter concludeerde dat het verzoek onvoldoende is onderbouwd en dat verlenging niet gerechtvaardigd is. Het verzoek werd daarom afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/665354 / JE RK 23-2170
datum uitspraak: 5 oktober 2023
Beschikking van de kinderrechter
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West,
gevestigd te Dordrecht, hierna te noemen de GI,
over
[kind01],
geboren op [geboortedatum01] 2008 in [geboorteplaats01] , hierna te noemen [kind01] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam01],
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats01] ,
[naam02],
hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats02]

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van 11 september 2023, binnengekomen bij de rechtbank op 12 september 2023.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 oktober 2023. Daarbij waren aanwezig:
- [kind01] , die voorafgaand aan de zitting apart is gehoord,
- de vader;
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI, [naam03] en [naam04] .
De kinderrechter heeft bijzondere toegang tot de zitting verleend aan [naam05] , partner van de moeder.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [kind01] .
2.2.
[kind01] woont bij zijn moeder.
2.3.
Bij beschikking van 25 april 2023 is de ondertoezichtstelling van [kind01] verlengd tot 25 oktober 2023.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [kind01] te verlengen voor de duur van drie maanden, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

4.De standpunten

4.1.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht het als volgt toe. Vanuit Yulius werden forse zorgen geuit over de thuissituatie bij vader. Vader heeft toen zijn huis opengesteld zodat zij bij hem konden meekijken. Vervolgens is de ondertoezichtstelling over het broertje van [kind01] afgesloten. Voor [kind01] is een hulpverleningstraject bij Yulius ingezet. De ouders hebben dat zelf geregeld. Inmiddels heeft een intakegesprek plaatsgevonden. Vanuit Yulius heeft de GI nog geen stand van zaken ontvangen. De situatie bij de moeder is stabiel en er zijn geen meldingen meer geweest. Ook kan [kind01] altijd nog naar opa en oma als het niet goed gaat bij de moeder. De GI wil de komende drie maanden de laatste punten afwerken en de ondertoezichtstelling afsluiten. Deze laatste punten houden in het aanbieden van handvaten aan [kind01] ten aanzien van zijn zelfstandigheid, het continueren van de hulpverlening en een borgingsplan opstellen.
4.2.
De moeder voert verweer tegen het verzoek van de GI. Volgens de moeder is de verlenging van de ondertoezichtstelling niet nodig. De grootste zorg van moeder is dat [kind01] op dit moment niet met de vader praat. Mede daarvoor is hulpverlening vanuit Yulius ingezet. De hulp vanuit jeugdzorg is niet meer nodig.
4.3.
De vader voert verweer tegen het verzoek van de GI. De vader stelt dat de GI fouten heeft gemaakt en dingen over het hoofd heeft gezien, waardoor de ouders zelf hebben ingegrepen. Het lukt de ouders zelfstandig hulp in te zetten zonder hulp van de GI. De vader heeft er vertrouwen in dat de relatie tussen hem en [kind01] in de toekomst herstelt.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is gelet op de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting van oordeel dat niet is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 Burgerlijk Pro Wetboek. De kinderrechter overweegt hiertoe als volgt.
5.2.
Vast staat dat er zorgen zijn over de ontwikkeling van [kind01] . Deze zorgen zijn gelegen in de ASS-problematiek van [kind01] . Daarnaast is er langdurig sprake geweest vaneen onrustige thuissituatie bij de moeder en zijn er zorgen geweest over de situatie voor [kind01] bij de vader. [kind01] is sinds kort gestart met hulpverlening vanuit Yulius. Deze hulpverlening hebben de ouders zelf geregeld. Het is belangrijk dat de ouders blijvend meewerken aan de hulpverlening vanuit Yulius en dat er meer duidelijkheid komt betreft de persoonlijke problematiek van [kind01] en de gezinsproblematiek. Tevens is gebleken dat [kind01] weer bij de moeder woont en dat het goed gaat met hem in de thuissituatie van de moeder en haar partner. Ook opa en oma vaderszijde zijn in staat [kind01] op te vangen indien nodig. De kinderrechter hoopt dat ook de band tussen [kind01] en de vader op termijn hersteld kan worden, daar de betrokkenheid van beide ouders in het leven [kind01] in het belang is van zijn ontwikkeling.
5.3.
De kinderrechter is van oordeel dat het verzoek van de GI onvoldoende is onderbouwd. Enkel het borgen van de hulpverlening, welke de ouders zelf hebben opgestart, is onvoldoende. De kinderrechter heeft er vertrouwen in dat de ouders de hulpverlening zelfstandig verder oppakken en inzetten. Daarmee wordt geconcludeerd dat er geen gronden aanwezig zijn voor het verlengen van de ondertoezichtstelling. Dit betekent dat het verzoek zal worden afgewezen.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
wijst het verzoek af.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 oktober 2023 door mr. K.J. van den Herik, kinderrechter, in aanwezigheid van A.J.E. van der Veer als griffier, en op schrift gesteld op 23 oktober 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.