De rechtbank Rotterdam heeft op 26 oktober 2023 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het bezit van een vuurwapen, witwassen van een geldbedrag van 142.407 euro en het opzettelijk aanwezig hebben van circa 7,1 gram cocaïne.
De officier van justitie eiste vrijspraak voor de eerste twee tenlasteleggingen en een gevangenisstraf van één maand voor het bezit van cocaïne. De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om de verdachte te veroordelen voor het bezit van het vuurwapen en het witwassen, en sprak hem zonder nadere motivering vrij van deze feiten.
Ten aanzien van het cocaïnebezit vond de rechtbank dat niet wettig en overtuigend was vastgesteld dat de verdachte het middel opzettelijk in zijn bezit had, mede omdat het DNA op het mondkapje met cocaïne niet kon worden toegeschreven aan het tijdstip of de wijze van aanwezigheid. Daarom sprak de rechtbank ook vrij van dit feit.
Daarnaast wees de rechtbank de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf af, omdat de verdachte in deze zaak werd vrijgesproken. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer onder voorzitterschap van C. Vogtschmidt.