Bij besluit van 25 mei 2022 verleende het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden een omgevingsvergunning voor het bouwen van 22 bedrijfsunits op een perceel met bestemming 'bedrijf'. Verzoekers, bewoners uit de nabijgelegen straat, stelden dat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan omdat slechts één bedrijf op het perceel is toegestaan. De voorzieningenrechter oordeelde dat de bestemmingsomschrijving 'het uitoefenen van een bedrijf' in enkelvoud betekent dat slechts één bedrijf is toegestaan, en dat het plan niet toestaat meerdere bedrijven.
De rechtbank volgde vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en concludeerde dat de vergunningverlening in strijd was met het bestemmingsplan. Het bestreden besluit werd vernietigd, het primaire besluit herroepen en de vergunningaanvraag moet opnieuw worden beoordeeld volgens de juiste wettelijke normen. De verzoeken om voorlopige voorziening werden afgewezen.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten aan beide verzoekers. De uitspraak benadrukt het belang van een nauwkeurige interpretatie van bestemmingsplannen en de zorgvuldigheid die het bevoegd gezag moet betrachten bij vergunningverlening.