ECLI:NL:RBROT:2023:9904
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kostenverhaal en boete onterecht opgelegd voor hennepkwekerij in verhuurde woning
Eiseres is eigenaar van een verhuurde woning waarin op 7 december 2021 een hennepkwekerij werd aangetroffen en ontmanteld. Het college van burgemeester en wethouders legde haar kosten van spoedeisende bestuursdwang en een boete van €8.000,- op wegens het zonder vergunning onttrekken van woonruimte aan de bestemming tot woonruimte. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat zij niet als overtreder kon worden aangemerkt omdat de overtreding door de huurder was gepleegd en zij voldoende toezicht had gehouden.
De rechtbank beoordeelde de zaak aan de hand van de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en het strafrechtelijke criterium van functioneel daderschap. De rechtbank concludeerde dat de gedragingen niet aan eiseres konden worden toegerekend, omdat het niet om handelen ten behoeve van haar ging, de gedraging niet binnen haar normale bedrijfsvoering viel, en zij geen aanvaarding van de overtreding vertoonde.
Eiseres had een beheerder aangesteld die regelmatig controles uitvoerde en zij had zelf de overtreding ontdekt en gemeld, waarna de hennepkwekerij direct werd ontmanteld. Ook had zij eerder melding gemaakt van overbewoning en een ontruimingsprocedure gestart. De rechtbank vernietigde daarom het bestreden besluit en herroept de primaire besluiten, waardoor eiseres de kosten en boete niet hoeft te betalen.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank het college tot vergoeding van het door eiseres betaalde griffierecht en de proceskosten van €3.465,-. Het college was niet verschenen en had geen verweerschrift ingediend, waardoor de rechtbank de nieuwe jurisprudentie en de door eiseres aangevoerde omstandigheden als vaststaand aannam.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de opgelegde kosten en boete worden vernietigd.