Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- mr. J.F. van Duin, advocaat van verzoekster;
- de heer [Y] , aandeelhouder van verweerster.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster, een besloten vennootschap, heeft de rechtbank verzocht om [X] B.V. failliet te verklaren wegens het niet voldoen aan betalingsverplichtingen uit hoofde van een geldleningsovereenkomst van €225.000, met maandelijkse aflossingen van €2.500. Verweerster heeft meerdere termijnen niet betaald en ook andere schuldeisers, zoals een ex-werkneemster en een accountant, blijven onbetaald.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het centrum van voornaamste belangen van verweerster in Nederland ligt en is derhalve bevoegd de procedure te behandelen. Op basis van artikel 6 van Pro de Faillissementswet is faillietverklaring mogelijk indien summierlijk blijkt dat de schuldenaar is opgehouden te betalen en de vordering opeisbaar is.
Verweerster erkent het bestaan van de lening en het niet volledig betalen van aflossingen, maar betwist deels de steunvorderingen. De rechtbank acht het echter voldoende aannemelijk dat de vorderingen opeisbaar zijn en dat verweerster is opgehouden met betalen. Daarom wordt het verzoek tot faillietverklaring toegewezen.
De rechtbank benoemt een rechter-commissaris en curator, draagt taken over aan de rechtbank Den Haag en bepaalt dat de curator brieven en telegrammen mag openen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen, uitsluitend door een advocaat in te stellen bij het gerechtshof.
Uitkomst: De rechtbank verklaart [X] B.V. failliet wegens het niet betalen van de geldlening en steunvorderingen.