Verzoeker diende op 16 juni 2023 twee beroepschriften in tegen fictieve besluiten van het Drechtstedenbestuur en het college van burgemeester en wethouders van een gemeente. De rechtbank weigerde deze beroepschriften in behandeling te nemen en berichtte verzoeker hierover op 19 juni 2023.
Op 11 oktober 2023 diende verzoeker twee wrakingsverzoeken in tegen de rechters die deze weigering hadden uitgesproken. Deze verzoeken zijn gebaseerd op dezelfde feiten als een eerder wrakingsverzoek dat op 13 juli 2023 door de wrakingskamer was afgewezen.
De wrakingskamer stelde vast dat verzoeker geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die na het eerdere verzoek aan hem bekend waren geworden. Daarom verklaarde de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk in de huidige wrakingsverzoeken. Er was geen aanleiding voor een mondelinge behandeling, aangezien het debat over de gegrondheid van het verzoek niet aan de orde was.
De beslissing werd op 24 oktober 2023 in het openbaar uitgesproken door rechter E. Mentink, in aanwezigheid van de griffier. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.