Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- de moeder, bijgestaan door mr. L.H.S. de Baar;
- de vader;
Rechtbank Rotterdam
De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2007. De minderjarige vertoont ernstige gedragsproblemen en is niet meer in staat bij de moeder te wonen, mede vanwege een verstoorde ouderrelatie en het niet oppakken van schoolgang.
Tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren op 6 oktober 2023 waren vertegenwoordigers van de Raad, de gecertificeerde instelling, de ouders en de kinderrechter aanwezig. De minderjarige is gehoord en haar verhaal is besproken. De moeder stemde in met het verzoek, uitte echter zorgen over de opvoedvaardigheden van de vader gezien de speciale behoeften van de minderjarige. De vader steunde het verzoek en werkt aan het oppakken van de schoolgang.
De kinderrechter oordeelde dat aan de wettelijke criteria van artikel 1:255 BW Pro is voldaan en dat de ondertoezichtstelling voor twaalf maanden noodzakelijk is. Tevens is de machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader voor zes maanden gerechtvaardigd in het belang van de verzorging en opvoeding, conform artikel 1:265b BW. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld.
Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarige onder toezicht en machtigt de uithuisplaatsing bij de vader.