Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 18 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarden dat hij (kort gezegd) zich zal melden bij de reclassering, zich zal inspannen voor het vinden van betaald werk, het op orde hebben van zijn financiën en indien nodig zal meewerken aan eventuele andere interventies die nodig zijn om de sociaal-maatschappelijke situatie van de veroordeelde te verbeteren, zoals hulp bij het vinden van woonruimte en hulp bij (het terugbrengen van) zijn alcoholgebruik.
4.Waardering van het bewijs
5.Strafbaarheid feit
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet gegeven verbod.
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.In beslag genomen voorwerpen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van dertig (30) maanden;
10) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;