ECLI:NL:RBROT:2024:10024
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening voor verstrekking laissez-passer aan baby uit buitenlandse draagmoederschapsconstructie
Verzoekers, een getrouwd Nederlands stel, hebben via een buitenlandse draagmoederschapsconstructie in Georgië een kind gekregen. De geboorteakte vermeldt hen als juridische ouders, wat volgens Nederlands recht onjuist is omdat de draagmoeder juridisch moeder is. De minister weigerde daarom een Nederlands reisdocument af te geven aan de baby, omdat eerst een civiele rechter de draagmoederschapsconstructie moet beoordelen.
Verzoekers vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om een noodpaspoort of laissez-passer te verkrijgen zodat de baby naar Nederland kan reizen. De voorzieningenrechter overwoog dat een noodpaspoort niet mogelijk is omdat de Nederlandse nationaliteit nog niet is vastgesteld. Een laissez-passer kan in beginsel ook niet worden verstrekt, maar gezien de humanitaire noodzaak en de gezondheidssituatie van de baby, werd dit verzoek gedeeltelijk toegewezen.
De voorzieningenrechter wees op de risico’s van buitenlandse draagmoederschapsconstructies en benadrukte dat verzoekers op de hoogte waren van deze risico’s. De minister werd opgedragen binnen een week een laissez-passer af te geven zodat de baby naar Nederland kan reizen. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.
Deze voorlopige voorziening is bindend maar heeft een voorlopig karakter en sluit een civiele beoordeling niet uit. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is definitief, hoger beroep of verzet is niet mogelijk.
Uitkomst: De voorzieningenrechter beveelt de minister om een laissez-passer te verstrekken zodat de baby uit de buitenlandse draagmoederschapsconstructie naar Nederland kan reizen.