ECLI:NL:RBROT:2024:10025
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening urgentieverklaring wegens bedreiging en geweld
Verzoekster, een ongehuwd moeder die bij haar ouders woont, vroeg een urgentieverklaring aan op grond van bedreiging en geweld vanwege haar thuissituatie. Het college wees dit verzoek af omdat zij niet voldeed aan de voorwaarden, waaronder het ontbreken van een zelfstandige woonruimte en een schriftelijke verklaring van de politie.
Na het besluit escaleerde de situatie en werden verzoekster en haar kind door Veilig Thuis in een opvang geplaatst, maar verzoekster verliet deze opvang vrijwillig en woont weer bij haar ouders zonder contact met instanties. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij de beslissing in de beroepsprocedure niet kan afwachten.
De rechtbank overwoog dat er geen sprake is van een onhoudbare thuissituatie op dit moment, mede omdat verzoekster de opvangplek verliet en geen nieuwe incidenten zijn gemeld. Ook is het verkrijgen van een woning via een urgentieverklaring op korte termijn niet waarschijnlijk, terwijl hulpinstanties meer mogelijkheden bieden.
Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen en kan verzoekster voorlopig niet met voorrang op woningen reageren. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor een urgentieverklaring wordt afgewezen.