ECLI:NL:RBROT:2024:10245

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 oktober 2024
Publicatiedatum
16 oktober 2024
Zaaknummer
10/198906-24
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 33 SrArt. 33a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen invoer van 200 kilo cocaïne tot 36 maanden gevangenisstraf

De rechtbank Rotterdam heeft verdachte veroordeeld voor het medeplegen van de invoer van circa 200 kilogram cocaïne op 17 juni 2024 te Capelle aan den IJssel. De verdachte bracht de drugs vanuit België Nederland binnen en leverde daarmee een significante bijdrage aan grootschalige internationale drugshandel.

De rechtbank baseerde haar oordeel op de bekentenis van de verdachte en wettige bewijsmiddelen, waaronder chatgeschiedenis die het gebruik van een telefoon voor drugshandel aantoonde. De verdachte is niet eerder veroordeeld en gaf openheid van zaken, wat meeweegt in de strafbepaling. De rechtbank achtte een gevangenisstraf van 36 maanden passend, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Daarnaast werden diverse inbeslaggenomen voorwerpen beoordeeld: een Peugeot 5008 werd teruggegeven aan de rechthebbende, een Samsung Flip werd verbeurd verklaard, een Apple iPhone teruggegeven aan de verdachte, en een Google Pixel onttrokken aan het verkeer vanwege het gebruik bij drugshandel. De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2
Parketnummer: 10/198906-24
Datum uitspraak: 11 oktober 2024
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
niet ingeschreven in de basisregistratie personen,
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in [detentieadres],
raadsman mr. A. Catbas, advocaat te Amsterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 27 september 2024.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. K.L. Rook heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) jaren, met aftrek van voorarrest.

4.Waardering van het bewijs

4.1.
Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Het ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
4.2.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij op 17 juni 2024 te Capelle aan den IJssel,
tezamen en in vereniging met anderen,
opzettelijk
binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer, 200 kilogram, cocaïne een
middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5.Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:
medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet gegeven verbod.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6.Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7.Motivering straf

7.1.
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte is vanaf België met 200 kilogram cocaïne in zijn auto Nederland binnengereden. Met die auto was hij onderweg naar een woning waar ook hoeveelheden cocaïne zijn aangetroffen, naast voorwerpen die gebruikt worden bij de verwerking voor verdere verspreiding van verdovende middelen. Daarmee heeft de verdachte, mede gelet op de ingevoerde hoeveelheid, een significante bijdrage geleverd aan de grootscheepse internationale drugshandel. Deze handel gaat gepaard met andere vormen van criminaliteit, waaronder – niet zelden fors - geweld. De enorme bedragen die er in omgaan hebben daarnaast een ontwrichtende werking op het legale handelsverkeer. Bovendien is het gebruik van cocaïne schadelijk voor de gezondheid van de gebruikers.
De rechtbank heeft kennisgenomen van een uittreksel uit de justitiële documentatie van
29 augustus 2024, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.
Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De rechtbank heeft bovendien rekening gehouden met de jonge leeftijd van de verdachte en met het feit dat hij openheid van zaken heeft gegeven. Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank in het dossier onvoldoende aanwijzingen dat de verdachte als de organisator van de ingevoerde drugs moet worden gezien. Gelet daarop vindt de rechtbank de door de officier van justitie geëist straf te hoog. Om de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen, zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd.
Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, passend en geboden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 Sv Pro.

8.In beslag genomen voorwerpen

8.1.
Standpunt officier van justitie
Ten aanzien van de inbeslaggenomen goederen heeft de officier van justitie het volgende standpunt ingenomen:
Peugeot 5008 met kenteken [kenteken] (6786822) onttrekken aan het verkeer;
Samsung Flip (6786828) verbeurdverklaring;
Apple iPhone (6786832) teruggave aan verdachte;
Google Pixel (6786931) verbeurdverklaring.
8.2.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van het beslag.
8.3.
Beoordeling
De onder 1 genoemde Peugeot met kenteken [kenteken] zal worden teruggegeven aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt. Er is geen grond voor de gevorderde onttrekking aan het verkeer en aan een verbeurdverklaring staat het bepaalde in artikel 33a, lid 2 Sr in de weg.
Het onder 2 genoemde voorwerp, te weten een Samsung Flip, zal, als bijkomende straf, verbeurd worden verklaard. Het bewezen strafbare feit is met behulp van dit voorwerp voorbereid.
Ten aanzien van de onder 3 genoemde Apple iPhone zal de rechtbank, overeenkomstig de vordering van de officier van justitie, de teruggave aan de verdachte, zijnde de beslagene, gelasten.
Het onder 4 genoemde voorwerp, te weten een Google Pixel, zal worden onttrokken aan het verkeer. Uit de chatgeschiedenis is immers gebleken dat deze telefoon wordt gebruikt voor de drugshandel. Daarmee is dit een voorwerp dat tot het begaan van drugsfeiten is bestemd en het ongecontroleerde bezit ervan is in strijd met de wet en het algemeen belang.

9.Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36c en 47 van het Wetboek van Strafrecht en artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

10.Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11.Beslissing

De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden;
bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde:
de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- gelast de teruggave aan verdachte van:
3. Apple iPhone (6786832);
- gelast de teruggave aan de redelijkerwijs rechthebbende van:
1. Peugeot 5008 met kenteken [kenteken] (6786822);
- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor het feit:
2. Samsung Flip (6786828);
- verklaart onttrokken aan het verkeer:
4. Google Pixel (6786931).
Dit vonnis is gewezen door mr. J. de Lange, voorzitter,
en mrs. A.M.G. van de Kragt en N. Shahani, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E. van Beek, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 17 juni 2024 te Capelle aan den IJssel, in elk geval in Nederland
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk
binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer, in elk geval
aanwezig heeft gehad 200 kilogram, in
elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een
middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel
aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.