De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, nadat de gecertificeerde instelling (GI) haar verzoek voor verlenging deels had ingetrokken. De moeder heeft zelfstandig een verzoek ingediend tot verlenging, terwijl de vader meerdere zelfstandige verzoeken deed, waaronder wijziging omgangsregeling en beëindiging gezag moeder.
De GI handhaaft haar verzoek deels, maar trekt het resterende deel in vanwege het ontbreken van effectiviteit en de voortdurende strijd tussen ouders. De moeder pleit voor verlenging met een beperkte rol voor de GI als casusregisseur om de noodzakelijke hulpverlening aan de kinderen te waarborgen. De vader betwist de beschuldigingen en stelt dat hij actief meewerkt aan hulpverlening en het belang van de kinderen voorop heeft.
De kinderrechter oordeelt dat de wettelijke criteria voor verlenging zijn vervuld vanwege ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de kinderen, met name door de verstoorde ouderrelatie en persoonlijke problematiek bij de oudste. De GI wordt beperkt tot de rol van casusregisseur voor hulpverlening, zonder betrokkenheid in de communicatie tussen ouders. Zelfstandige verzoeken van de vader worden afgewezen wegens ongeschiktheid voor deze procedure. De kinderrechter wijst het verzoek van de GI af, wijst de verzoeken van de vader af en verlengt de ondertoezichtstelling tot 14 april 2025.