Verzoeker, een persoon met een Participatiewet-uitkering en onder beschermingsbewind, diende een verzoek in op grond van artikel 287a Faillissementswet om twee schuldeisers te dwingen in te stemmen met een aangeboden schuldregeling. De regeling voorziet in een betaling van 14,89% aan concurrente schuldeisers via een saneringskrediet. Zeven van de negen schuldeisers gingen akkoord, maar Gemeente Rotterdam BCO en Share Now car2go weigerden.
Gemeente Rotterdam BCO stelde dat haar vordering voortkomt uit een onrechtmatige daad en dat verzoeker geen saneringsgezinde houding toonde. De rechtbank stelde vast dat verzoeker door lichamelijke en psychische klachten niet in staat is tot arbeid en dat de afloscapaciteit niet zal toenemen. De regeling is getoetst door een onafhankelijke partij en is het maximaal haalbare.
De rechtbank oordeelde dat het belang van verzoeker en de instemmende schuldeisers zwaarder weegt dan dat van de weigeraars. De toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling zou minder opleveren voor schuldeisers. Daarom werd het dwangakkoord toegewezen, de weigeraars veroordeeld in de proceskosten en het subsidiaire verzoek tot schuldsaneringsregeling afgewezen.