Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- de heer mr. J. Pearson, werkzaam bij JAW Advocaten (hierna: advocaat).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd op grond van artikel 287b Faillissementswet om de ontruiming van zijn huurwoning op te schorten. Hij is sinds 2019 bezig met een minnelijke schuldregeling, maar kon deze niet afronden door het stoppen van zijn bewindvoerder en het verlies van zijn baan in 2023. Sinds november 2023 werkt hij weer en ontvangt maandelijks circa €1.500 netto uit zijn eenmanszaak.
De huurtermijnen van maart tot en met juli 2024 zijn voldaan. Verzoeker is opnieuw gestart met schuldhulpverlening via de gemeente Rotterdam en Zuidweg & Partners. De rechtbank oordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie omdat een vonnis tot ontruiming is gewezen en de ontruiming aangekondigd is.
De rechtbank weegt het belang van verzoeker om in zijn woning te blijven en het schuldhulpverleningstraject voort te zetten zwaarder dan het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren. De voorziening wordt onder voorwaarden toegewezen, waaronder tijdige betaling van de huurtermijnen via een betalingsrekening van schuldhulpverlening. Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het minnelijk traject nog loopt.
Uitkomst: De rechtbank wijst het moratorium toe en schorst de ontruiming van de huurwoning voor zes maanden onder voorwaarden.