De veroordeelde was bij onherroepelijk vonnis van 6 april 2021 veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf en voorwaardelijk in vrijheid gesteld op 13 december 2023 met diverse bijzondere voorwaarden, waaronder meldplicht, locatieverbod en openheid over financiën.
De officier van justitie vorderde op 29 augustus 2024 gedeeltelijke herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling wegens overtreding van deze voorwaarden. De rechtbank hield op 4 oktober 2024 een openbare zitting waarbij de veroordeelde, zijn raadsman en een reclasseringsdeskundige werden gehoord.
De reclassering rapporteerde dat de veroordeelde zich slecht aan afspraken hield, het locatieverbod overtrad, geen inzage gaf in zijn financiën en onbereikbaar was. De veroordeelde gaf aan dat hij door het verlies van woonruimte en administratieve problemen niet aan alle voorwaarden kon voldoen, maar inmiddels een nieuwe woning heeft en werkt aan inschrijving als zzp’er.
De rechtbank oordeelde dat de veroordeelde verwijtbaar de voorwaarden niet heeft nageleefd en wees de vordering toe tot gedeeltelijke herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling. De strafrestant wordt gedeeltelijk ten uitvoer gelegd voor een periode van 30 dagen, waarmee de veroordeelde wordt aangespoord tot medewerking aan toezicht en begeleiding.