Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- de tussenbeschikking van 4 juli 2023, en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 5 december 2023.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [kind01], geboren in 2022, bij de vader die het ouderlijk gezag heeft. De kinderrechter heeft op 4 juli 2023 reeds een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing verleend. De gecertificeerde instelling (GI) heeft op 5 december 2023 een verzoek ingediend tot verlenging van deze machtiging.
Tijdens de mondelinge behandeling op 26 januari 2024, waarbij de moeder werd bijgestaan door een tolk vanwege haar onvoldoende beheersing van het Nederlands, is gebleken dat het kind zich goed ontwikkelt bij de vader en dat de omgang met de moeder, die geen eigen woonruimte heeft, recent is hervat en begeleid wordt. De moeder heeft aangegeven moeite te hebben met het huisvestingsprobleem en vraagt hulp van de GI. De vader verzet zich niet tegen de verlenging maar benadrukt dat de omgang met de moeder op een normale wijze moet verlopen.
De kinderrechter oordeelt dat de verlenging van de machtiging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van het kind, mede omdat het kind niet bij de moeder kan wonen vanwege het ontbreken van woonruimte. De GI heeft haar verzoek tot machtiging uithuisplaatsing met zaaknummer C/10/670143 ingetrokken, waardoor dit verzoek wordt afgewezen. De machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader wordt verlengd tot 29 juli 2024 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van het kind bij de vader wordt verlengd tot 29 juli 2024.