Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- verzoekster;
- mevrouw [persoon B] , werkzaam bij gemeente Voorne aan Zee (hierna: schuldhulpverlening);
- de heer Y. Mohamed, werkzaam bij 023 Bewind (hierna: beschermingsbewindvoerder).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekers hebben een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van hun huurwoning opschort. De rechtbank stelt vast dat sprake is van een bedreigende situatie, omdat een vonnis tot ontruiming is uitgesproken en een exploot is betekend.
Verzoekers ontvangen een Participatiewet-uitkering en staan onder beschermingsbewind, waardoor de huurtermijnen van mei, juni en juli 2024 zijn voldaan en de lopende betalingen gewaarborgd zijn. De beschermingsbewindvoerder werkt aan het stabiliseren van de financiële situatie en schuldhulpverlening zal een rapport opstellen voor een schuldenregeling.
Verweerster, de verhuurder, heeft een afbetalingsregeling en een Laatste Kans Overeenkomst gesloten, maar stelt dat verzoekers niet aan afspraken voldeden en de schuld is toegenomen. Desondanks weegt de rechtbank het belang van verzoekers en hun kinderen zwaarder dan dat van verweerster en kent een moratorium toe voor zes maanden onder voorwaarden dat de huur tijdig wordt betaald.
Daarnaast verklaart de rechtbank verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Faillissementswet, omdat het minnelijk traject nog loopt en een nieuw verzoek later mogelijk is.
De uitspraak is gedaan door rechter C.G.E. Prenger op 1 juli 2024.
Uitkomst: Moratorium van zes maanden toegewezen en ontruiming opgeschort onder voorwaarde van tijdige huurbetaling; verzoek tot toelating schuldsanering niet-ontvankelijk verklaard.