Verzoekster heeft op 7 mei 2024 een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank heeft dit verzoek behandeld op 11 juli 2024, waarbij ook aanvullende stukken van de beschermingsbewindvoerder en schuldhulpverlening zijn overgelegd.
Verzoekster ontvangt inkomsten uit arbeid met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd van 32 uur per week, maar kan vanwege gezondheidsklachten niet fulltime werken. Uit de VTLB-berekeningen blijkt een maandelijkse afloscapaciteit van ongeveer € 807 tot € 856. De schuldenlast bedroeg aanvankelijk € 19.591,03, maar is na betaling aan twee schuldeisers gedaald naar € 18.700,81.
De rechtbank stelt vast dat er reeds een bedrag van € 12.357,88 is gereserveerd voor schuldeisers en dat er een reservering is voor onvoorziene kosten van € 2.867,79. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat deze onvoorziene kosten daadwerkelijk zullen worden gemaakt. Gezien de afloscapaciteit en reserveringen is het voldoende aannemelijk dat verzoekster haar schulden binnen afzienbare tijd kan voldoen.
De rechtbank concludeert dat verzoekster zich niet in een problematische schuldensituatie bevindt en wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af. Deze beslissing betekent niet dat er geen andere gronden voor afwijzing zouden kunnen zijn.
De uitspraak is gedaan door rechter B.J. Tideman op 8 augustus 2024 en kan binnen acht dagen worden aangevochten door hoger beroep.