Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2024:10316

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
8 augustus 2024
Publicatiedatum
18 oktober 2024
Zaaknummer
FT RK 24/536
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 284 FaillissementswetArt. 285 FaillissementswetArt. 288 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling wegens voldoende afloscapaciteit

Verzoekster heeft op 7 mei 2024 een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank heeft dit verzoek behandeld op 11 juli 2024, waarbij ook aanvullende stukken van de beschermingsbewindvoerder en schuldhulpverlening zijn overgelegd.

Verzoekster ontvangt inkomsten uit arbeid met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd van 32 uur per week, maar kan vanwege gezondheidsklachten niet fulltime werken. Uit de VTLB-berekeningen blijkt een maandelijkse afloscapaciteit van ongeveer € 807 tot € 856. De schuldenlast bedroeg aanvankelijk € 19.591,03, maar is na betaling aan twee schuldeisers gedaald naar € 18.700,81.

De rechtbank stelt vast dat er reeds een bedrag van € 12.357,88 is gereserveerd voor schuldeisers en dat er een reservering is voor onvoorziene kosten van € 2.867,79. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat deze onvoorziene kosten daadwerkelijk zullen worden gemaakt. Gezien de afloscapaciteit en reserveringen is het voldoende aannemelijk dat verzoekster haar schulden binnen afzienbare tijd kan voldoen.

De rechtbank concludeert dat verzoekster zich niet in een problematische schuldensituatie bevindt en wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af. Deze beslissing betekent niet dat er geen andere gronden voor afwijzing zouden kunnen zijn.

De uitspraak is gedaan door rechter B.J. Tideman op 8 augustus 2024 en kan binnen acht dagen worden aangevochten door hoger beroep.

Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen omdat verzoekster voldoende afloscapaciteit heeft en niet in een problematische schuldensituatie verkeert.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 8 augustus 2024
[verzoekster],
[adres]
[postcode] [woonplaats] ,
verzoekster.

1.De procedure

Verzoekster heeft op 7 mei 2024 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank heeft de behandeling van het verzoekschrift bepaald op 11 juli 2024.
Ter zitting van 11 juli 2024 zijn verschenen en gehoord:
  • verzoekster;
  • mevrouw [persoon A] , werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening);
  • mevrouw N.J. Eckhardt, werkzaam bij CKN Bewindvoering (hierna: beschermingsbewindvoerder).
De beschermingsbewindvoerder heeft op 12 juli 2024 aanvullende stukken toegezonden.
Schuldhulpverlening heeft op 24 juli 2024 aanvullende stukken toegezonden.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De feiten

Verzoekster ontvangt inkomsten uit arbeid. Verzoekster heeft een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd voor 32 uur per week. Vanwege gezondheidsklachten is verzoekster niet in staat om fulltime te werken. Ten behoeve van het minnelijk traject is er een extra inleg gedaan van € 6.443,--. Schuldhulpverlening heeft bij het verzoekschrift een
VTLB-berekening overgelegd met betrekking tot de periode vanaf juli 2023, waaruit blijkt dat de maandelijkse afloscapaciteit van € 856,13 bedraagt. Verder blijkt uit de ter zitting overgelegde VTLB-berekening met betrekking tot de periode vanaf januari 2024 dat verzoekster een afloscapaciteit van € 807,93 per maand heeft. De schuldenlast bedraagt volgens de verklaring als bedoeld in artikel 285 Faillissementswet Pro € 19.591,03. Na de zitting heeft schuldhulpverlening laten weten dat twee schuldeisers, te weten Havensteder en Direct Pay Services B.V. (in behandeling bij LAVG) zijn voldaan, zodat de schuldenlast is gedaald naar € 18.700,81. De beschermingsbewindvoerder heeft ter zitting verklaard dat er tot en met juni 2024 een bedrag van € 12.357,88 is gereserveerd voor de schuldeisers. Daarnaast beschikt verzoekster over een aanzienlijke reservering op de beheerrekening voor onvoorziene kosten van € 2.867,79.
3.
De beoordeling
Ingevolge artikel 288, eerste lid, onder a Faillissementswet wordt het verzoek, zoals bedoeld in artikel 284, eerste lid Faillissementswet slechts toegewezen, indien voldoende aannemelijk is dat schuldenaar niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden.
Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat er met terugwerkende kracht vanaf de startdatum van de schuldsaneringsregeling een bedrag van € 12.357,88 is gereserveerd ten behoeve van de schuldeisers, bestaande uit een extra inleg van € 6.443,-- en aflossingen van het inkomen van schuldenares. Daarnaast is er sprake van een aanzienlijke reservering voor onvoorziene kosten van € 2.867,29, welke kosten niet met nadere stukken zijn onderbouwd. Hierdoor is het voor de rechtbank onvoldoende aannemelijk dat deze kosten ook daadwerkelijk zullen worden gemaakt.
De schuldenlast bedraagt op basis van de huidige gegevens € 18.700,81. Uitgaande van het gereserveerde bedrag voor de schuldeisers, het gereserveerde saldo op de beheerrekening, de huidige afloscapaciteit van verzoekster en de huidige schuldenlast, zou verzoekster binnen afzienbare tijd haar volledige schuldenlast kunnen voldoen.
De rechtbank oordeelt dat verzoekster zich daarmee niet bevindt in een problematische schuldensituatie. Verzoekster bevindt zich niet in een klemmende en uitzichtloze situatie. Verzoekster heeft perspectief om haar schuldenlast volledig te voldoen binnen een afzienbare periode.
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden afgewezen.
Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat dit niet betekent dat er geen andere feiten of omstandigheden zijn die eveneens tot afwijzing van het verzoek dienen te leiden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J. Tideman, rechter, en in aanwezigheid van mr. J.A. Kuijvenhoven, griffier, in het openbaar uitgesproken op 8 augustus 2024. [1]