Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 22 juli 2024, met producties 1 tot en met 16,
- de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 13.
Rechtbank Rotterdam
Partijen zijn sinds 1998 gehuwd en hebben twee kinderen. Na hun echtscheiding in 2018 is een ouderschapsplan en convenant vastgesteld waarin de man alimentatie betaalt voor de verzorging en opvoeding van de kinderen. De man stelt dat een van de kinderen sinds september 2021 bij hem woont en betwist de alimentatievordering van de vrouw.
De vrouw heeft executiemaatregelen getroffen om achterstallige alimentatie te innen, waaronder beslagleggingen. De man verzoekt de rechtbank om de alimentatiebetalingsverplichting en de executie daarvan op te schorten gedurende de lopende procedure over wijziging van het ouderschapsplan en convenant.
De rechtbank oordeelt dat de man onvoldoende heeft aangetoond dat hij door de executiemaatregelen in een noodsituatie verkeert en dat de vrouw een redelijk belang heeft bij de uitvoering van de beschikking. De vorderingen van de man worden daarom afgewezen en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot schorsing van de executie van kinderalimentatie af en compenseert de proceskosten tussen partijen.