Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
2.De beoordeling
€ 178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Rechtbank Rotterdam
In deze kort geding procedure vordert eiseres betaling van openstaande facturen ter hoogte van €357.047,61 inclusief btw van gedaagde. De procedure startte met een dagvaarding op 29 augustus 2024 en de mondelinge behandeling vond plaats op 10 september 2024. Gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek wordt verleend.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vordering voldoende aannemelijk is en dat eiseres een spoedeisend belang heeft. Eiseres heeft meerdere jaren vrijwel uitsluitend werkzaamheden voor gedaagde verricht en is financieel afhankelijk van de betalingen. Sinds 27 april 2024 betaalt gedaagde niet meer, waardoor de continuïteit van eiseres in gevaar is en faillissement dreigt. De Belastingdienst heeft inmiddels beslag gelegd.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen omdat deze niet zijn gemaakt. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het gevorderde bedrag vermeerderd met wettelijke rente vanaf 27 april 2024, alsmede tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €357.047,61 met wettelijke rente en proceskosten bij verstek.