Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 28 augustus 2024, met 7 producties,
- de aanvullende productie 8.
2.De beoordeling
€ 135,00
Rechtbank Rotterdam
In deze kortgedingprocedure vordert eiseres ontruiming van een bedrijfsruimte en betaling van openstaande huur door gedaagde, die niet is verschenen en verstek is verleend. De huurovereenkomst tussen partijen betrof een winkelruimte voor de verkoop van schoenen en accessoires, met een vaste maandelijkse huurprijs van € 10.758,42.
Gedaagde heeft de huurovereenkomst opgezegd per 14 februari 2025, maar heeft vanaf november 2023 de huur slechts gedeeltelijk voldaan en vanaf februari 2024 helemaal niet meer betaald. Tevens exploiteert zij de bedrijfsruimte sinds eind januari 2024 niet meer als winkel. De kantonrechter acht het aannemelijk dat de huurovereenkomst in een bodemprocedure zal worden ontbonden en ziet reden om op die beslissing vooruit te lopen.
De primaire vordering tot betaling van € 135.936,89, bestaande uit huurachterstand, contractuele boetes en buitengerechtelijke kosten, wordt toegewezen met een betalingstermijn van veertien dagen na betekening. Ook wordt gedaagde veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde binnen tien dagen na betekening en tot betaling van de huur vanaf 1 september 2024 tot aan ontruiming. De proceskosten en wettelijke rente worden eveneens aan eiseres toegekend. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van huurachterstand, ontruiming van de bedrijfsruimte en proceskosten bij verstek.