ECLI:NL:RBROT:2024:10328
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen inhouding bijstandsuitkering wegens terugvordering
Verzoeker heeft een schuld bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, dat daarom maandelijks een bedrag van €91,70 inhoudt op zijn bijstandsuitkering. Verzoeker betoogt dat het college hiermee te veel inhoudt, mede omdat hij ook andere rekeningen moet betalen, zoals een terugbetaling aan de Belastingdienst/Toeslagen en gemeentelijke heffingen.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het college bij de inhouding rekening houdt met de beslagvrije voet, zodat verzoeker voldoende geld overhoudt om van te leven. Verzoeker heeft niet tijdig gemeld dat hij nieuwe schulden aflost, waardoor het college deze niet hoeft mee te nemen in de berekening. Bovendien heeft verzoeker geen bewijs geleverd dat hij door de inhoudingen in financiële problemen komt.
Verzoeker betoogt tevens dat het besluit tot herziening en terugvordering evident onjuist is, maar de voorzieningenrechter oordeelt dat dit niet het geval is omdat het college het bestaan van vermogen in het buitenland met bewijsstukken heeft onderbouwd. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af, waardoor het college het inhoudingsbedrag mag handhaven.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek af en het college mag het inhoudingsbedrag op de bijstandsuitkering handhaven.