ECLI:NL:RBROT:2024:10329
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening urgentieverklaring woningzoekende gescheiden moeder
Verzoekster, een moeder die gescheiden leeft van haar drie minderjarige kinderen, heeft een urgentieverklaring aangevraagd bij SUWR om met voorrang te kunnen reageren op sociale huurwoningen. Deze aanvraag is afgewezen omdat zij niet voldoet aan de voorwaarden, specifiek omdat zij niet in een instelling woont en geen resocialisatietraject doorloopt. Verzoekster woont in een antikraakwoning en haar kinderen verblijven bij haar zwager.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld en erkent het spoedeisend belang vanwege de wens van verzoekster om snel met haar kinderen samen te wonen. Echter, omdat verzoekster en haar kinderen momenteel onderdak hebben en op loopafstand van elkaar wonen, is niet aannemelijk dat zij op korte termijn dakloos zullen worden. Ook is niet gebleken dat de bezwaarprocedure niet kan worden afgewacht.
De rechter concludeert dat de belangenafweging in het voordeel van SUWR uitvalt en dat er geen aanleiding is om de voorlopige voorziening toe te kennen. Verzoekster kan dus niet met voorrang op woningen reageren zolang de bezwaarprocedure loopt. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoekster niet voldoet aan de voorwaarden voor een urgentieverklaring en de bezwaarprocedure kan worden afgewacht.