Verzoekers hebben een schuldregeling aangeboden aan twintig schuldeisers, waarbij een betaling van circa 2,38% aan preferente en 1,19% aan concurrente schuldeisers wordt voorgesteld. Zevenenveertig schuldeisers stemden in, maar pensioenfonds PMT, CoMetec en Xerox stemden niet in en maakten bezwaar. De rechtbank weegt het belang van deze schuldeisers af tegen dat van verzoekers en overige schuldeisers.
De rechtbank constateert dat verzoeker fulltime werkt en een vast contract heeft, terwijl verzoekster arbeidsongeschikt is en geen inkomen kan verwerven. Het voorstel is gebaseerd op de afloscapaciteit en is getoetst door een onafhankelijke partij. De rechtbank acht het voorstel goed gedocumenteerd en het uiterste wat verzoekers kunnen bieden.
Het bezwaar van PMT dat pensioenpremies niet mogen worden betrokken bij een akkoord zoals in de Whoa-procedure wordt door de rechtbank verworpen omdat deze procedure onder een andere titel van de Faillissementswet valt. De rechtbank oordeelt dat het dwangakkoord een gunstiger resultaat oplevert dan de wettelijke schuldsaneringsregeling. Daarom beveelt zij PMT, CoMetec en Xerox om in te stemmen met de regeling en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.