De vrouw en de man, die een relatie hadden en samen twee minderjarige kinderen hebben, huren samen een woning. Na het beëindigen van hun relatie vordert de vrouw dat zij de woning exclusief mag gebruiken gedurende een nog te starten bodemprocedure over de huur.
De man verzet zich hiertegen en stelt voor om een bird nesting-constructie toe te passen waarbij zij om en om met de kinderen in de woning verblijven. De voorzieningenrechter weegt de belangen van beide partijen en de kinderen af, waarbij het belang van de vrouw om met de kinderen in de woning te blijven prevaleert.
De man wordt veroordeeld om de woning uiterlijk één maand na het vonnis te verlaten en mag de woning niet betreden zonder toestemming van de vrouw totdat de bodemprocedure is afgerond. Er wordt geen dwangsom opgelegd en de proceskosten worden door beide partijen zelf gedragen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.