Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd op grond van artikel 287b Faillissementswet om de ontruiming van haar huurwoning op te schorten. De rechtbank stelt vast dat sprake is van een bedreigende situatie, omdat de ontruiming gepland stond op 9 juli 2024.
Verzoekster ontvangt een Participatiewet-uitkering en volgt een MBO-opleiding. De huur voor juli en augustus 2024 is betaald en er is sprake van budgetbeheer, waardoor de lopende huurtermijnen naar verwachting tijdig voldaan zullen worden. Schuldhulpverlening is gestart en er wordt gewerkt aan een schuldenregeling.
Verweerster betwist het verzoek vanwege eerdere beëindiging van een schuldhulpverleningstraject en ontstane nieuwe schulden. De rechtbank weegt echter het belang van verzoekster, die in haar woning kan blijven en het schuldhulpverleningstraject kan voortzetten, zwaarder dan het belang van verweerster.
De rechtbank wijst het moratorium toe voor zes maanden, schorst de ontruiming en verlengt de huurovereenkomst voor die periode onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan. Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt niet-ontvankelijk verklaard, met mogelijkheid tot hernieuwd verzoek.