Verzoekster, met een Participatiewet-uitkering en onder beschermingsbewind, heeft een schuldregeling aangeboden aan haar 23 schuldeisers, waarbij 22 schuldeisers instemden, maar PayPal niet. De regeling voorziet in een betaling van circa 5,7% aan preferente en 2,85% aan concurrente schuldeisers, gefinancierd door een saneringskrediet.
PayPal, met een vordering van €914,52 (2,8% van de totale schuld), weigerde mee te werken zonder haar standpunt toe te lichten. De rechtbank beoordeelde of deze weigering redelijk was, waarbij zij het geringe aandeel van PayPal, de instemming van de meerderheid van schuldeisers, en de toetsing door een onafhankelijke partij meewoog.
De rechtbank concludeerde dat verzoekster geen inkomen boven haar uitkering kan verwerven en dat het akkoord gunstiger is dan een wettelijke schuldsaneringsregeling, die meer kosten en vertraging met zich brengt. Daarom woog het belang van verzoekster en instemmende schuldeisers zwaarder dan dat van PayPal.
De rechtbank beveelt PayPal om in te stemmen met het akkoord, veroordeelt haar in de proceskosten, en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af. Het vonnis treedt in de plaats van vrijwillige instemming en is uitvoerbaar bij voorraad.