Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- mevrouw [persoon B] , begeleidster vanuit het Wijkteam Beverwaard (hierna: maatschappelijk begeleider).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft op grond van artikel 287b Faillissementswet een voorlopige voorziening gevraagd om uitvoering van een ontruimingsvonnis op te schorten. De rechtbank oordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie, aangezien de ontruiming gepland stond op 19 juni 2024. Verzoekster heeft de huurtermijnen van juni en juli 2024 voldaan en ontvangt een WIA-uitkering, zorgtoeslag en huurtoeslag.
Er is een spoedaanvraag tot onderbewindstelling ingediend en verzoekster werkt aan een schuldhulpverleningstraject bij de Kredietbank Rotterdam. De rechtbank weegt het belang van verzoekster om in haar woning te blijven en het schuldhulpverleningstraject voort te zetten zwaarder dan het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren.
De rechtbank wijst het moratorium toe voor zes maanden, onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan. Daarnaast verklaart de rechtbank verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, omdat het minnelijk traject naar verwachting niet snel zal zijn afgerond. Verzoekster kan later een nieuw verzoek indienen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het moratorium toe voor zes maanden en schort de ontruiming van de huurwoning op onder de voorwaarde dat lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan.