ECLI:NL:RBROT:2024:10407
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening moratorium en niet-ontvankelijkheid verzoek schuldsaneringsregeling
Verzoekster heeft bij de rechtbank Rotterdam een voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet gevraagd om uitvoering van een vonnis tot ontruiming van haar woonruimte te verbieden. Zij baseerde dit verzoek op het feit dat zij een schuldhulpverleningstraject was gestart en haar inkomen uit een Participatiewet-uitkering voldoende zou zijn om de lopende huurtermijnen te voldoen.
Verweerster stelde dat er een aanzienlijke huurachterstand bestond, die ondanks eerdere vonnissen niet was ingelopen. Bovendien was onduidelijk hoe ver het schuldhulpverleningstraject gevorderd was, mede doordat niemand van schuldhulpverlening was verschenen en de advocaat van verzoekster zich had onttrokken.
De rechtbank oordeelde dat er weliswaar sprake was van een bedreigende situatie vanwege het vonnis tot ontruiming, maar dat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat de lopende huurtermijnen tijdig voldaan zouden worden. Het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren woog zwaarder dan het belang van verzoekster om in de woning te blijven.
Daarnaast werd het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Faillissementswet niet-ontvankelijk verklaard omdat het minnelijk traject naar verwachting niet spoedig zou zijn afgerond. Verzoekster kan te zijner tijd een nieuw verzoek indienen.
De rechtbank wees het verzoek ex artikel 287b Faillissementswet af en verklaarde verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek ex artikel 284, tweede lid, Faillissementswet.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening moratorium afgewezen en verzoek tot toelating schuldsaneringsregeling niet-ontvankelijk verklaard.