Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- mevrouw A. Ramanand, werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, waarbij een preferente schuldeiser en meerdere concurrente schuldeisers een deel van hun vordering zouden ontvangen. Van de drieëntwintig schuldeisers stemden er tweeëntwintig in met het voorstel, maar één schuldeiser weigerde mee te werken. Verzoekster werkt parttime en volgt een opleiding, waardoor haar afloscapaciteit beperkt is. De regeling is gebaseerd op de NVVK-norm en is getoetst door een onafhankelijke partij, de Kredietbank Rotterdam.
De rechtbank overweegt dat het belang van de weigeraar erkend wordt, maar dat de belangen van verzoekster en de meerderheid van schuldeisers zwaarder wegen. Verzoekster heeft een extra inleg gedaan en de regeling startte per 1 juli 2024. Er is sprake van een prognosepercentage, waarbij de afloscapaciteit kan variëren. Verzoekster heeft geen nieuwe schulden gemaakt en zit in budgetbeheer.
De rechtbank concludeert dat de weigering van de schuldeiser niet redelijk is en beveelt deze schuldeiser om in te stemmen met de regeling. De kosten van de procedure worden begroot op nihil omdat er geen griffierecht is en verzoekster niet door een advocaat is bijgestaan. Het vonnis treedt in de plaats van vrijwillige instemming en is direct uitvoerbaar.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de schuldeiser om in te stemmen met de aangeboden schuldregeling en verklaart het dwangakkoord uitvoerbaar bij voorraad.