De eiser, een fervent Feyenoord-supporter, kreeg na het betreden van het voetbalveld na een uitwedstrijd een landelijk stadionverbod van 60 maanden opgelegd door de KNVB, met een boete van €450. Hij was aanwezig met een VIP-kaart van Fortuna Sittard en betrad het veld na afloop van de wedstrijd om een journalist te begroeten. De KNVB bevestigde het verbod na beroep bij de Commissie Stadionverboden.
De eiser vorderde in kort geding schorsing van het stadionverbod totdat in een bodemprocedure definitief zou worden beslist. De voorzieningenrechter oordeelde dat de KNVB bevoegd was en dat de procedure met hoor en wederhoor adequaat was verlopen. De beslissing van de Commissie kon slechts marginaal worden getoetst.
De rechter stelde echter vast dat het opleggen van het maximale stadionverbod van 60 maanden niet proportioneel was, gezien de omstandigheden van het betreden van het veld na afloop van de wedstrijd zonder geweld of verstoring en het ontbreken van eerdere overtredingen door eiser. De KNVB had nagelaten een zorgvuldige belangenafweging te maken. Daarom werd het verbod geschorst met ingang van 1 juni 2025, één jaar na de ingangsdatum van het verbod, en werd partijen opgedragen de bodemprocedure te voeren.