ECLI:NL:RBROT:2024:10471

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 augustus 2024
Publicatiedatum
23 oktober 2024
Zaaknummer
C/10/683945 / KG ZA 24-767
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming woning aan adres te Rotterdam bij verstek in kort geding

In een kort gedingprocedure tussen eiseres en gedaagde heeft de rechtbank Rotterdam verstek verleend tegen de niet verschenen gedaagde. Eiseres vorderde onder meer ontruiming van de woning aan een adres te Rotterdam.

De voorzieningenrechter oordeelde dat de vorderingen onder 1 tot en met 3 en 5 tot en met 7 geen belang meer hadden omdat deze reeds in een eerdere procedure waren toegewezen. De gevorderde ontruiming werd wel toegewezen omdat aannemelijk was dat de verkoopmakelaar door het uitblijven van medewerking van gedaagde praktische problemen ondervond.

De gevorderde dwangsom werd afgewezen wegens gebrek aan belang. De rechter veroordeelde gedaagde om binnen drie weken de woning te ontruimen, schoon achter te laten en de sleutels aan Woonstad Rotterdam te overhandigen. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen drie weken na betekening.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/683945 / KG ZA 24-767
Vonnis in kort geding van 28 augustus 2024
in de zaak van
[eiseres],
wonende te [woonplaats 1] ,
eiseres,
advocaat mr. G. Demir te Breda,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 13 augustus 2024 met twee producties
  • de mondelinge behandeling gehouden op 21 augustus 2024
  • de toevoeging van eiseres.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat het gevraagde verstek wordt verleend.
2.2.
Eiseres heeft geen belang bij toewijzing van het gevorderde onder 1 tot en met 3 en 5 tot en met 7. In de eerder tussen partijen gevoerde kortgedingprocedure die heeft geleid tot het vonnis van 30 mei 2024 heeft eiseres namelijk dezelfde vorderingen ingesteld die in die procedure ook zijn toegewezen. Bovendien geldt dat eiseres het onder 5 gevorderde niet heeft ingesteld bij wijze van voorlopige voorziening, maar heeft gevraagd ‘
te bepalen dat’. Dit impliceert een declaratoire uitspraak die in kort geding niet kan worden toegewezen.
2.3.
De onder 4 gevorderde ontruiming komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor. Aannemelijk is dat de verkoopmakelaar op praktische problemen stuit vanwege het uitblijven van de medewerking van gedaagde aan de noodzakelijke verkoophandelingen. Daarmee is het (spoedeisend) belang van eiseres bij die vordering in voldoende mate gegeven en ligt de vordering voor toewijzing gereed. De daarbij gevorderde dwangsom wordt bij gebrek aan belang afgewezen. Met de toewijzing van de veroordeling tot ontruiming heeft eiseres een titel om zelf, via de weg van de reële executie, tot gedwongen ontruiming over te gaan en onvoldoende is onderbouwd op grond waarvan een extra prikkel om tot ontruiming over te gaan in de vorm van een op te leggen dwangsom nodig is.
2.4.
Omdat partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld en mede gelet op hun relatie worden de proceskosten tussen hen gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagde,
3.2.
veroordeelt gedaagde om uiterlijk binnen drie weken na betekening van dit vonnis de woning aan de [adres] te [postcode] Rotterdam te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken tenzij deze zaken van eiseres zijn, en de woning schoongemaakt en in behoorlijke staat achter te laten en de sleutels af te geven aan Woonstad Rotterdam,
3.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2024.1734/2009