ECLI:NL:RBROT:2024:10475

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 oktober 2024
Publicatiedatum
23 oktober 2024
Zaaknummer
C/10/686948 / HA RK 24-926
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:18 BWArt. 288 RvArt. 24 statuten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming omzetting stichting naar besloten vennootschap en ontklemming beklemd vermogen

Verzoekster, een stichting statutair gevestigd in Lansingerland, verzocht de rechtbank om machtiging tot omzetting van haar rechtsvorm naar een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (BV) en toestemming om het beklemde vermogen en de vruchten daarvan na omzetting anders te besteden dan voorheen, namelijk door uitkering aan haar aandeelhouder.

De rechtbank oordeelde dat de besluiten tot omzetting en statutenwijziging conform de wettelijke en statutaire vereisten waren genomen en dat geen weigeringsgronden aanwezig waren. Daarnaast werd beoordeeld dat de ontklemming van het vermogen niet in strijd was met de openbare orde en dat geen derden werden benadeeld.

De rechtbank wees het verzoek toe, verleende de machtiging tot omzetting en toestemming voor de ontklemming van het vermogen met inachtneming van de wettelijke vereisten voor uitkering binnen een BV. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De rechtbank verleent toestemming voor omzetting van de stichting in een besloten vennootschap en voor het anders besteden van het beklemde vermogen door uitkering aan de aandeelhouder.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven
zaaknummer / rekestnummer: C/10/686948 / HA RK 24-926
Beschikking van 22 oktober 2024
in de zaak van
[naam verzoekster],
statutair gevestigd in de gemeente Lansingerland,
verzoekster,
advocaat mr. G.L. van Weverwijk te Rotterdam.

1.De beoordeling

Het verzoek en de daarbij in het geding gebrachte stukken

1.1.
Op 3 oktober 2024 heeft mr. G.L. van Weverwijk, advocaat te Rotterdam, namens verzoekster een verzoekschrift ingediend. Het verzoek strekt (i) tot het verkrijgen van een machtiging tot omzetting van de huidige rechtsvorm van verzoekster (een stichting) in die van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, als bedoeld in artikel 2:18 lid 4 BW Pro, en (ii) tot het verkrijgen van toestemming om het vermogen van verzoekster en de vruchten daarvan daarna anders te besteden dan voor de omzetting was voorgeschreven, namelijk door uitkering aan haar aandeelhouder, als bedoeld in artikel 2:18 lid 6 BW Pro.
1.2.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende stukken in het geding gebracht:
I. de akte van oprichting van verzoekster van 14 oktober 2015;
II. een uittreksel uit het handelsregister betreffende verzoekster van 2 oktober 2024;
III. een uittreksel uit het handelsregister betreffende [bedrijf A] . (‘ [afkorting bedrijf A] ’) van 2 oktober 2024;
IV. de akte van oprichting van [afkorting bedrijf A] van 14 oktober 2015;
V. het aandeelhoudersregister van [bedrijf A] .;
VI. een brief van de fiscaal adviseur van verzoekster aan de Belastingdienst van 17 mei 2023;
VII. een beschikking van de Belastingdienst van 18 december 2023;
VIII. een besluit van het bestuur van verzoekster tot omzetting van de rechtsvorm van verzoekster en tot statutenwijziging; en
IX. een notariële conceptakte “OMZETTING en STATUTENWIJZIGING” van 27 juni 2024 (dossiernummer [dossiernummer] ), met daarin de statuten zoals deze na omzetting van verzoekster in een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid gaan luiden.
De bevoegdheid van de rechtbank
1.3.
De rechtbank is bevoegd om van het verzoekschrift kennis te nemen, omdat verzoekster statutair gevestigd is in de gemeente Lansingerland en die gemeente in het rechtsgebied van de rechtbank ligt.
Het verzoek betreffende machtiging tot omzetting van de rechtsvorm van verzoekster
1.4.
Op grond van artikel 2:18 BW Pro kan een rechtspersoon zich omzetten in een andere rechtsvorm. De om te zetten rechtspersoon moet op de voet van het bepaalde in artikel 2:18 lid 2 BW Pro twee besluiten nemen, namelijk een besluit tot omzetting, genomen met inachtneming van de (statutaire) vereisten voor een besluit tot statutenwijziging, en een besluit tot wijziging van de statuten. Verder is een notariële akte vereist die de nieuwe statuten bevat.
1.5.
Uit de stukken die verzoekster in het geding heeft gebracht volgt dat de besluiten tot omzetting van de rechtsvorm van verzoekster (een stichting) in die van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid en tot wijziging van de statuten van verzoekster zijn genomen met inachtneming van de (statutaire) vereisten daarvoor. Aan de vereisten van artikel 2:18 lid 2 sub a en Pro b BW is dan ook voldaan. Verder heeft niemand zich tot de rechtbank gewend met betrekking tot het besluit tot omzetting. De conclusie luidt dan ook dat geen van de weigeringsgronden van artikel 2:18 lid 5 BW Pro zich voordoet. Het verzoek tot omzetting van de rechtsvorm van verzoekster wordt dan ook toegewezen.
Het verzoek betreffende toestemming tot ontklemming van beklemd vermogen
1.6.
Op grond van artikel 2:18 lid 6 BW Pro moet na omzetting van een stichting uit de statuten blijken dat het vermogen dat zij bij de omzetting heeft en de vruchten daarvan slechts met toestemming van de rechter anders mogen worden besteed dan voor de omzetting was voorgeschreven.
1.7.
De rechtbank stelt voorop dat de wet, de parlementaire geschiedenis en de rechtspraak geen beperkingen kennen omtrent een verzoek tot ontklemming op grond van artikel 2:18 lid 6 BW Pro, zoals verzoekster in deze zaak doet. Bij de beoordeling van zo’n verzoek moet de rechter de belangen van alle betrokkenen in acht nemen. Volgens de wetsgeschiedenis is van belang de vraag of derden worden benadeeld in strijd met de redelijkheid en billijkheid, dan wel of de verandering van doelstelling strijdt met de openbare orde. Artikel 2:18 lid 6 BW Pro beoogt namelijk te voorkomen dat het vermogen van een stichting na omzetting in een andere rechtsvorm, anders wordt besteed dan voor de omzetting was voorgeschreven.
1.8.
Verzoekster stelt – voor zover hier van belang – het volgende. Verzoekster is opgericht door de heer [persoon A] en verzoekster heeft vervolgens [bedrijf A] . opgericht. Alle aandelen van [afkorting bedrijf A] zijn bij verzoekster geplaatst. [afkorting bedrijf A] is een onderneming met winstoogmerk. Dat winstoogmerk kan op dit moment niet tot uiting komen vanwege het uitkeringsverbod bij verzoekster. Daarnaast komen de statutaire doelstellingen van verzoekster (die alles weghebben van een holding of administratiekantoor) niet tot hun recht in de huidige rechtsvorm. De heer [persoon A] heeft daarom besloten dat hij verzoekster om wil zetten in een besloten vennootschap, zodat er een logische en gewenste holdingstructuur ontstaat.
1.9.
Naar het oordeel van de rechtbank is er in dit geval geen sprake van een verandering van doelstelling die in strijd is met de openbare orde. Uit de stellingen van verzoekster en de stukken die zij ter onderbouwing daarvan in het geding heeft gebracht, blijkt dat verzoekster materieel het karakter van een holding of administratiekantoor heeft en dat haar statutaire doelstellingen op dit moment niet tot hun recht kunnen komen. De rechtbank heeft geen aanwijzingen dat door het verlenen van toestemming tot ontklemming van het beklemde vermogen van verzoekster derden worden benadeeld of dat er andere belanghebbenden bij dit verzoek zijn dan verzoekster. Dat brengt de rechtbank tot de slotsom dat het beklemd vermogen in dit geval geen redelijk doel meer dient, terwijl (de aandeelhouder van) verzoekster wel nadeel ondervindt van de beklemming, doordat geen uitkering van het vermogen van verzoekster kan plaatsvinden.
1.10.
De conclusie luidt dat de rechtbank het verzoek toewijst. Aan verzoekster wordt toestemming verleend om het beklemde vermogen en de vruchten daarvan van verzoekster na omzetting te besteden, anders dan voor de omzetting was voorgeschreven, door uitkering aan haar aandeelhouder. Daarbij moeten de wettelijke vereisten voor uitkering die gelden voor de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid in acht worden genomen.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
1.11.
De rechtbank ziet aanleiding om deze beschikking op grond van artikel 288 Rv Pro ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

2.De beslissing

De rechtbank:
2.1.
verleent de stichting [naam verzoekster] , statutair gevestigd in de gemeente Lansingerland, machtiging tot omzetting van zichzelf in een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die de naam [bedrijf B]
zal dragen en gevestigd zal zijn in de gemeente Lansingerland, overeenkomstig de in het geding gebrachte notariële conceptakte “OMZETTING en STATUTENWIJZIGING” van mr. M.A. Dekker, notaris te Rotterdam, van 27 juni 2024 met het dossiernummer [dossiernummer] ;
2.2.
verleent de stichting [naam verzoekster] , statutair gevestigd in de gemeente Lansingerland, op grond van artikel 2:18 lid 6 BW Pro toestemming om haar beklemde vermogen en de vruchten daarvan na omzetting van haar rechtsvorm in een besloten vennootschap, anders dan voor de omzetting was voorgeschreven, te besteden door uitkering aan haar aandeelhouder, met inachtneming van de wettelijke vereisten voor uitkering die gelden voor de besloten vennootschap, zonder dat daarbij de beperking van artikel 24 van Pro haar statuten (die onderdeel uitmaken van de in het geding gebrachte notariële conceptakte “OMZETTING en STATUTENWIJZIGING” van mr. M.A. Dekker, notaris te Rotterdam, van 27 juni 2024 met het dossiernummer [dossiernummer] ) geldt;
2.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
2.4.
wijst al het andere af.
Deze beschikking is gegeven door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2024.
3349 / 2009