ECLI:NL:RBROT:2024:10515
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens bijschrijvingen en giftenbeleid
Betrokkene ontving een bijstandsuitkering en gedurende de periode van 1 juli 2023 tot en met 31 oktober 2023 vonden diverse bijschrijvingen plaats op haar bankrekening. Verweerder herzag het besluit en vorderde €646,50 terug, stellende dat deze bedragen als inkomsten moesten worden beschouwd omdat betrokkene vrij over de gelden kon beschikken.
Eiseres voerde aan dat de stortingen binnen de vrijstelling van €1.200 per kalenderjaar vielen zoals bepaald in artikel 31, tweede lid, onder m, van de Participatiewet, en dat het om eenmalige giften ging. De rechtbank stelde vast dat de stortingen een terugkerend karakter hadden en dat verweerder de bijschrijvingen als inkomsten aanmerkte, maar dat er geen bewijs was van een afdwingbare terugbetalingsverplichting.
De rechtbank oordeelde dat de stortingen, hoewel aanvankelijk als leningen opgegeven, feitelijk als giften moesten worden beschouwd en dat verweerder ten onrechte de beleidsregels niet had toegepast die giften tot €1.200 per jaar vrijstellen van het middelenbegrip. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. Verweerder werd opgedragen het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot terugvordering van bijstand wordt vernietigd.