Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van voorarrest.
4.Waardering van het bewijs
- Op 3 februari 2021 bracht de verdachte samen met [medeverdachte02] een bezoek aan een loods van [medeverdachte01] te [plaats02] . Het doel van dit bezoek, zo blijkt uit een chat op een inbeslaggenomen PGP-telefoon, was het inspecteren van die loods en het maken van afspraken over het lossen van de container. Ook is toen door [medeverdachte02] in bijzijn van de verdachte een contant bedrag van € 15.000,-- overhandigd aan [medeverdachte01] voor het transport van de container. De wijze van betaling en de hoogte van dit bedrag passen niet bij een regulier legaal vervoer.
- Op 5 februari 2021 is de verdachte wederom in [plaats02] op bezoek geweest bij [medeverdachte01] , ditmaal samen met [naam03] . Volgens de verdachte zijn [naam03] en [medeverdachte01] toen bezig geweest met pincodes en de papieren van de container.
- Op 7 februari 2021 stuurde de verdachte een whatsapp bericht aan [medeverdachte01] inhoudende: ‘Er is bericht op de telefoon’.
- Op 7 februari 2021 stuurde [naam03] een bericht naar Sky ID [SKY-ID01] (identiteit onbekend) waarin [naam03] laat weten dat hij tegen ‘ [naam04] ’ (de verdachte) heeft gezegd dat er blokken in zitten.
,tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, waaronder zoals bedoeld in artikel 1 lid 4 van Pro de Opiumwet, een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I.
5.Strafbaarheid feit
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.Voorlopige hechtenis
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden;