Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[eiser 1],
[eiser 2],
1.De procedure
- de dagvaarding van 16 oktober 2024;
- de 4 producties van de kinderen;
- de mondelinge behandeling op 17 oktober 2024;
- de pleitnota van de kinderen;
- de pleitnota van de vader.
Rechtbank Rotterdam
De moeder van de kinderen overleed na een zwaar hartinfarct. Er ontstond een geschil tussen de kinderen en hun vader over de organisatie van de uitvaart en crematie, waarbij de kinderen wilden dat de uitvaart volgens Hindoestaans gebruik zou plaatsvinden en dat zij samen met hun partners en (stief)kinderen toegang zouden krijgen.
De vader stelde dat de moeder haar wensen schriftelijk had vastgelegd in 2021 en dat de organisatie bij hem en een halfbroer lag. Hij stond de kinderen en hun (stief)kinderen toe bij de uitvaart, maar niet hun partners vanwege spanningen binnen de familie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de belangen van een waardig en rustig afscheid zwaarder wegen dan de wens van de kinderen om hun partners erbij te hebben. Ook was onvoldoende bewijs dat de moeder haar eerdere schriftelijke wensen had gewijzigd. De vorderingen werden daarom afgewezen en de kosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De vorderingen van de kinderen worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.