ECLI:NL:RBROT:2024:10637

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
25 oktober 2024
Publicatiedatum
25 oktober 2024
Zaaknummer
C/10/686837 / KG ZA 24-940
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing tenuitvoerlegging vonnis in executiegeschil onder voorwaarde storting verkoopopbrengst woning

In deze kortgedingprocedure vorderen eisers de schorsing van de executie van een eerder vonnis van 14 augustus 2024, dat reeds executoriaal beslag heeft gelegd op de woning van eiser 1. De curator in het faillissement van de tegenpartij verzet zich hiertegen en vordert afwijzing.

De rechtbank beoordeelt of de tenuitvoerlegging van het vonnis moet worden geschorst in afwachting van het hoger beroep dat eisers hebben ingesteld. De belangenafweging leidt tot de conclusie dat schorsing mogelijk is, mits eiser 1 het bedrag van € 82.024,28, dat hem toekomt uit de verkoop van zijn woning, op de boedelrekening stort. De curator heeft aangegeven het beslag op te heffen zodra deze storting heeft plaatsgevonden.

De rechtbank wijst de primaire vordering toe onder deze voorwaarde en wijst de subsidiaire en overige vorderingen af wegens gebrek aan belang. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is uitgesproken door rechter Hofmeijer-Rutten.

Uitkomst: De rechtbank schorst de executie van het vonnis onder de voorwaarde dat het bedrag uit de verkoop van de woning op de boedelrekening wordt gestort totdat het hoger beroep is afgerond.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/686837 / KG ZA 24-940
Vonnis in kort geding van 25 oktober 2024
in de zaak van

1.[eiser 1],

wonende te Giessenburg,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiser 2],
gevestigd te Giessenburg,
eisers,
advocaat mr. P.F. Keuchenius te Hoorn,
tegen
[gedaagde], in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van
[naam bedrijf],
gevestigd te Dordrecht,
gedaagde,
advocaat mr. A.F. Ammerlaan te Dordrecht.
Partijen worden hierna [eisers] en de curator genoemd.

1.Het geschil

1.1.
[eisers] vorderen bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
a. primair, de executie van het vonnis d.d. 14 augustus 2024 tussen [eisers] als gedaagde en de curator als eiser gewezen en het reeds op basis van het vonnis door de curator gelegde executoriaal geworden beslag te schorsen en geschorst te houden tot in hoger beroep tussen partijen onherroepelijk eindarrest is gewezen;
b. subsidiair, voor zover de executie niet wordt geschorst, de curator te gebieden om tegenover betaling door [eisers] – door overmaking door de notaris van de overwaarde van de op 25 oktober a.s. te leveren woning [adres] – deugdelijke zekerheid te verstrekken aan [eisers] in de vorm van een bankgarantie door een Nederlandse bank dan wel storting van het bedrag op de derdenrekening van het kantoor De Koning Advocaten B.V. te Dordrecht tot in hoger beroep tussen partijen onherroepelijk eindarrest is gewezen;
c. nadat tussen partijen onherroepelijk eindarrest is gewezen te handelen conform dat eindarrest;
d. te gehengen en te gedogen dat de woning [adres] vrij van beslag wordt geleverd, meer specifiek door ondertekening van een royementsvolmacht van de transporterende notaris voor de doorhaling van het beslag;
e. alles op straffe van verbeurte een niet verrekenbare dwangsom van € 100.000,-, te vermeerderen met € 10.000,- voor ieder dag van niet-nakoming dan wel een in goede justitie te bepalen ander bedrag;
f. met veroordeling van de curator in de proces- en nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
1.2.
De curator concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [eisers] in de kosten van he geding.

2.De beoordeling

2.1.
In geschil is de vraag of de tenuitvoerlegging van het tussen partijen gewezen vonnis van deze rechtbank van 14 augustus 2024, in afwachting van een beslissing in het hoger beroep dat [eisers] tegen dat vonnis hebben ingesteld, moet worden geschorst. Gelet op de spoedeisendheid wordt volstaan met dit korte vonnis.
2.2.
Een belangenafweging brengt met zich dat er in dit executiegeschil weliswaar belang is bij schorsing van de executie, maar niet zonder dat van de kant van [eisers] het [eiser 1] toekomende bedrag uit de verkoop van de woning van [eiser 1], zijnde € 82.024,28, wordt gestort op de boedelrekening. De voor vandaag om 11:00 uur geplande levering van de voormalige woning van [eiser 1] kan alleen doorgang vinden als het door de curator gelegde beslag wordt opgeheven. De curator heeft zich daartoe inmiddels bereid verklaard zodra de overwaarde van de woning op de boedelrekening is gestort. [eiser 1] dient de notaris tot die storting instructie/toestemming te verlenen, waarna het beslag kan worden opgeheven en de levering kan worden geëffectueerd.
De curator, die mede gelet op zijn wettelijke taak belang heeft bij de tenuitvoerlegging van het uitvoerbaar bij voorraad verklaarde vonnis, hoeft geen genoegen te nemen met de storting van het bedrag uit de verkoop van de woning op de derdengeldenrekening van één van de advocaten.
Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de curator onweersproken heeft gesteld dat in het faillissement nog een bedrag van € 168.221,46 vrij beschikbaar is voor boedelvorderingen. Gelet op de huidige stand van de boedel is het restitutierisico daarmee verwaarloosbaar, ook gelet op de kosten van het hoger beroep. Voorts is er de waarborg van het toezicht van de rechter-commissaris. Ook voor het stellen van zekerheid door de curator is onvoldoende grond.
In het voorgaande is reeds analoog aangesloten bij de belangenafweging die past bij een verstekvonnis.
2.3.
Dat betekent dat vordering a. wordt toegewezen in die zin dat de verdere tenuitvoerlegging van het vonnis van 14 augustus 2024 met onmiddellijke ingang wordt geschorst, onder de voorwaarde dat [eiser 1] het bedrag van € 82.024,28 uit de verkoop van zijn woning op de boedelrekening laat storten en dat dit bedrag daar blijft totdat een eindbeslissing is genomen in het hoger beroep. Op de onherroepelijkheid daarvan hoeft niet te worden gewacht. Voor het opleggen van een dwangsom is geen plaats.
2.4.
Aan de subsidiaire vordering wordt dan niet toegekomen.
2.5.
Vorderingen c. en d. worden afgewezen bij gebrek aan belang, wat d. betreft gelet op de expliciete toezegging van de curator om mee te werken aan opheffing van het beslag.
2.6.
Nu beide partijen op punten in het ongelijk zijn gesteld, worden de proceskosten gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter:
3.1.
schorst de verdere tenuitvoerlegging van het op 14 augustus 2024 tussen partijen gewezen vonnis met onmiddellijke ingang, onder de voorwaarde dat [eiser 1] vandaag het hem toekomende bedrag uit de verkoop van zijn woning op de boedelrekening laat storten en dat dit bedrag daar blijft totdat een eindbeslissing is genomen in het hoger beroep;
3.2.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.3.
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 25 oktober 2024.
2091 / 106