ECLI:NL:RBROT:2024:10658
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening tegen herziening en intrekking bijstandsuitkering niet-ontvankelijk verklaard
Verzoeker, die sinds juni 2019 een bijstandsuitkering ontvangt, verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening tegen het besluit van Avres tot herziening en intrekking van zijn bijstandsuitkering over diverse periodes in 2023 en 2024. Dit besluit volgde op een onderzoek naar zijn inkomsten en banktransacties, waaronder gokactiviteiten en kasstortingen, die niet waren gemeld.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek niet-ontvankelijk is omdat het niet voldoet aan het vereiste van materiële connexiteit. Verzoeker wilde een voorschot of een andere passende oplossing voor betalingsproblemen, maar de rechter kan slechts voorzieningen treffen met betrekking tot de herziening en intrekking van de bijstand zelf. Bovendien ontvangt verzoeker momenteel een bijstandsuitkering, waardoor een voorschot niet mogelijk is.
Daarnaast kon de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening treffen tegen de verrekeningen die Avres toepast op de lopende bijstandsuitkering, omdat deze niet samenhangen met het bestreden besluit. Verzoeker kan hiervoor een aparte procedure starten. Ook ontbrak een spoedeisend belang voor een voorlopige rechtmatigheidsbeoordeling. Het verzoek is daarom niet-ontvankelijk verklaard en de voorzieningenrechter heeft de zaak niet inhoudelijk beoordeeld.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de herziening en intrekking van de bijstandsuitkering is niet-ontvankelijk verklaard.