ECLI:NL:RBROT:2024:10659
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Goossens
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen woningsluiting wegens vermeende drugsvoorbereidingshandelingen
De burgemeester van Rotterdam besloot de woning van verzoeker voor drie maanden te sluiten vanwege een vermeende overtreding van de Opiumwet, gebaseerd op de vondst van onder meer een plastic zak met versnijdingsmiddelen en andere bruine substanties. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om in zijn woning te mogen blijven.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet zonder meer vaststaat dat de aangetroffen goederen, anders dan het versnijdingsmiddel, gerelateerd kunnen worden aan de handel in harddrugs. De bruine substantie is niet onderzocht omdat deze is vernietigd, en de burgemeester heeft onvoldoende onderbouwd dat de overige voorwerpen bestemd waren voor drugsproductie. Ook ontbrak een proces-verbaal van bevindingen over een eerdere inval in 2022.
De verklaring van de verhuurder ondersteunt verzoekers stelling dat reparatiewerkzaamheden aan de woning werden uitgevoerd, wat de aanwezigheid van de bruine substanties kan verklaren. Gezien het sepotbesluit van de officier van justitie en het gebrek aan overtuigend bewijs, wordt de sluiting voorlopig geschorst. De burgemeester moet ook de proceskosten van verzoeker vergoeden.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de sluiting van de woning geschorst.