ECLI:NL:RBROT:2024:10680
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens illegale seksinrichting
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de burgemeester om zijn woning voor de duur van een maand te sluiten vanwege exploitatie van een illegale seksinrichting. De burgemeester had dit besluit genomen na meerdere politiecontroles en meldingen van overlast door prostitutie.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker een spoedeisend belang heeft, maar dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam 2012. Uit de bestuurlijke rapportage blijkt dat de woning was ingericht met meerdere kamers en voorzieningen die duiden op een seksbedrijf, en dat er personen werden aangetroffen die werkzaam waren in de prostitutie.
De voorzieningenrechter stelt dat de burgemeester de sluiting noodzakelijk mocht achten ter bescherming van het woon- en leefklimaat en het herstel van de openbare orde. Ook is de duur van de sluiting evenwichtig geacht gezien de ernst van de overtreding en de belangenafweging. Verzoeker is verantwoordelijk voor de situatie in zijn woning en heeft derden toegang verschaft.
Het verzoek om opheffing van de sluiting wordt daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wegens exploitatie van een illegale seksinrichting wordt afgewezen.