AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Verlenging ondertoezichtstelling van vier minderjarige kinderen wegens complexe echtscheiding en traumaverwerking
De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van vier minderjarige kinderen, geboren tussen 2008 en 2015, die bij hun moeder wonen. De verlenging is noodzakelijk vanwege de complexe echtscheidingssituatie van de ouders en de ernstige angsten, stress en mogelijke trauma's bij de kinderen.
Tijdens de mondelinge behandeling, waarbij de kinderen werden gehoord, bleek dat er sinds september 2022 geen fysiek contact is geweest tussen de kinderen en hun vader. De kinderen hebben een negatief beeld van hun vader en willen geen contact. De vader wil zich distantiëren totdat contactherstel mogelijk is. De gecertificeerde instelling schakelde hulpverlening in via BTSW om passende individuele hulp te bieden.
De moeder stemde in met de verlenging en benadrukte het belang van traumaverwerking en rust voor de kinderen. De kinderrechter oordeelde dat aan de wettelijke criteria van artikel 1:255 BWPro is voldaan en verlengde de ondertoezichtstelling tot 14 december 2024 met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Het doel is rust en stabiliteit te creëren en de belangen van de kinderen voorop te stellen.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van vier minderjarige kinderen wordt verlengd tot 14 december 2024 met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/667334 / JE RK 23-2456
Datum uitspraak: 26 februari 2024
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2008 in [geboorteplaats 1],
hierna te noemen [minderjarige 1],
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2012 in [geboorteplaats 1],
hierna te noemen [minderjarige 2],
[minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 2] 2012 in [geboorteplaats 1],
hierna te noemen [minderjarige 3],
[minderjarige 4], geboren op [geboortedatum 3] 2015 in [geboorteplaats 2],
hierna te noemen [minderjarige 4].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam 1],
hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. G.J. Schipper-de Bruijn, te Spijkenisse,
[naam 2],
hierna te noemen de vader, wonende in [plaatsnaam].
1.Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 5 december 2023, met de daaraan ten grondslag liggende stukken;
de briefrapportage van de GI, binnengekomen bij de rechtbank op 12 februari 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 februari 2024. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder met haar advocaat;
- twee vertegenwoordigers van de GI, [naam 3] en [naam 4].
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2.De feiten
2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4].
2.2.
[minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] wonen bij hun moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 5 december 2023 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] verlengd tot 14 maart 2024.
3.Het aangehouden verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] te verlengen voor de duur van een jaar, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Thans resteert de periode tot 14 december 2024.
3.2.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. Tijdens indiening van het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling was het advies van Enver om PSO in te zetten en te richten op contactherstel met de vader. In oktober is Enver aan de slag gegaan. Hier kwam naar voren dat de kinderen geen contact willen met hun vader. Daarnaast willen de ouders niet meewerken met Parallel Solo Ouderschap (PSO). Enver kan op deze manier geen hulp meer bieden en is daarom niet meer betrokken. De GI is in gesprek gegaan met BTSW (bureau voor toegepaste sociale wetenschappen) in Middelharnis. Deze organisatie is in de buurt van de moeder. Het resterende doel van de ondertoezichtstelling is om hulpverlening in te zetten voor de kinderen. Er zal per kind worden bezien welke individuele hulp passend is. De inzet van BTSW kan hierbij helpend zijn.
4.De standpunten
4.1.
Namens en door de moeder is ter zitting ingestemd met het verzoek van de GI. De moeder is blij dat de GI zich wil richten op verwerking van de trauma’s van de kinderen. Er komt nu meer rust bij de kinderen. De kinderen voelden zich in het begin gedwongen door de ondertoezichtstelling. De kinderen hebben nu het idee een eigen stem te hebben. Het is positief dat de kinderen hulp gaan krijgen. Het zou positief zijn als de kinderen toekomen aan het neutraliseren van hun beeld over de vader. Het is in het belang voor de kinderen dat de vader voor nu afstand wil nemen.
4.2.
De vader heeft ter zitting aangegeven dat er al lange tijd een ondertoezichtstelling loopt. Er gebeurt echter niets. De vader is klaar met jeugdzorg. De vader geeft aan zich te willen distantiëren van de kinderen, totdat zij klaar zijn voor contactherstel. De vader was er niet van op de hoogte dat de kinderen voorafgaand aan de zitting gehoord zouden worden. Het levert veel stress op voor de kinderen dat zij hun vader tegenkomen in de rechtbank. De vader vindt dit vervelend. Het is belangrijk dat de kinderen traumaverwerking kunnen krijgen. De vader wil het beste voor de kinderen en zet daarom een stap terug. Daarnaast ziet de vader dat bepaalde medische trajecten lastig verlopen. De vader vindt het goed om vast te leggen dat de moeder niet meer om handtekeningen hoeft te vragen bij de vader voor toestemming.
5.De beoordeling
5.1.
Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 vanPro het Burgerlijk Wetboek (BW). De concrete bedreiging in de ontwikkeling van [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] ligt in de complexe echtscheiding waarin de ouders zich bevinden. De kinderen hebben sinds september 2022 geen fysieke omgang met de vader gehad. De kinderen ervaren een negatief beeld van hun vader. Zij kampen met ernstige angsten, stress en mogelijke trauma’s gerelateerd aan de scheiding van de ouders. De afgelopen periode is gebleken dat er geen mogelijkheden worden gezien voor de hulpverlening om het contact tussen de ouders te verbeteren. De GI zal de komende periode niet meer inzetten op hulpverlening voor de ouders. Het is van belang dat er individuele behandeling voor de kinderen wordt ingezet. Beide ouders staan achter de inzet van individuele behandeling voor de kinderen. De vader heeft ter zitting aangegeven een stap terug te zetten in het belang van [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4]. De komende periode dient er een vorm van rust en stabiliteit te ontstaan in de thuissituatie, van waaruit vervolgens kan worden onderzocht welke mogelijkheden er zijn in contactherstel met de vader. Het is positief dat de GI in gesprek is met BTSW om te onderzoeken welke passende hulpverlening kan worden ingezet voor de kinderen. De jeugdbeschermer dient de komende periode betrokken te blijven om te waarborgen dat er hulpverlening wordt ingezet en de belangen van de kinderen voorop staan.
5.2.
De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] verlengen tot 14 december 2024 (artikel 1:260, eerste lid, BW).
6.De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] tot 14 december 2024;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2024 door mr. A. Verweij, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. V. Versteeg als griffier, en op schrift gesteld op 11 maart 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.