ECLI:NL:RBROT:2024:10701
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning huisvesting alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoeksche Waard heeft verleend voor het huisvesten van 14 alleenstaande minderjarige vreemdelingen in een gebouw aan een adres te Hoeksche Waard. Zij voert aan dat zij en andere omwonenden onvoldoende zijn betrokken bij de besluitvorming, vreest voor sociale veiligheid en overlast, en vindt dat het besluit onduidelijk is over de 24-uurs begeleiding.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het huisvesten van minderjarige vreemdelingen in strijd is met het tijdelijk deel van het omgevingsplan, maar dat het college de vergunning op grond van de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving heeft verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De participatie is voldoende geweest, en het besluit is helder over de vergunning voor het gebruik van het gebouw.
Hoewel de voorzieningenrechter erkent dat de belangen van verzoekster en omwonenden in acht moeten worden genomen, is onvoldoende gebleken dat de overlast dusdanig is dat schorsing van de vergunning noodzakelijk is. Wel dient het college in de bezwaarfase nader te onderzoeken en te motiveren dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies en moet het in overleg met vergunninghouder en zorgorganisatie zoeken naar beperking van overlast.
De voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen, waardoor de vergunning blijft gelden en het gebouw gebruikt kan worden voor de huisvesting van de minderjarige vreemdelingen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor huisvesting van alleenstaande minderjarige vreemdelingen wordt afgewezen.