Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om zijn aanvraag voor een parkeervergunning op de wachtlijst te plaatsen. Dit gebeurde omdat het maximaal aantal vergunningen in de betreffende sector was bereikt. Eiser stelde dat vanwege zijn werkzaamheden met een bedrijfsauto van het Waterschap en de noodzaak om snel bij storingen te kunnen zijn, het college de hardheidsclausule had moeten toepassen.
De rechtbank oordeelt dat de plaatsing op de wachtlijst rechtmatig is omdat de aanvraag volgens de geldende regels is behandeld. De situatie van eiser onderscheidt zich onvoldoende van anderen met vergelijkbare problemen om een uitzondering te rechtvaardigen. Bovendien zijn er alternatieven beschikbaar, zoals tijdelijke vergunningen in nabijgelegen sectoren en parkeergarage-abonnementen.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en blijft het besluit van het college van burgemeester en wethouders in stand. Eiser krijgt geen terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten. De uitspraak is mondeling gedaan op 21 oktober 2024.