Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 11 september 2024, met bijlagen;
- de brief van Maseria van 20 september 2024, met bijlagen;
- het proces-verbaal van de zitting van 23 september 2024.
Rechtbank Rotterdam
Maseria B.V. startte een kort geding tegen gedaagde wegens beëindiging van de huurovereenkomst van een woning die gedaagde samen met een medegedaagde huurde. Tijdens de zitting verscheen alleen de medegedaagde, tegen wie afspraken werden gemaakt, waardoor de procedure tegen haar werd beëindigd. Tegen gedaagde werd verstek verleend.
Maseria vorderde dat gedaagde de woning uiterlijk 1 januari 2025 zou ontruimen en vanaf 1 oktober 2024 een gebruiksvergoeding van €850,- per maand zou betalen. De kantonrechter oordeelde dat de spoedeisendheid aanwezig was en wees het grootste deel van de vorderingen toe, met uitzondering van het bedrag dat gedaagde moest betalen indien de medegedaagde reeds betaalde.
De wettelijke rente werd toegewezen vanaf de eerste dag van elke maand waarop de huur betrekking heeft. Proceskosten werden door beide partijen zelf gedragen, mede vanwege afspraken tussen Maseria en de medegedaagde. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd ondanks eventuele hoger beroep procedures.
Uitkomst: Gedaagde is veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen veertien dagen na betekening, met uitstel tot 1 januari 2025 bij tijdige betaling van €850,- per maand gebruiksvergoeding.