De rechtbank Rotterdam heeft op 17 oktober 2024 een ontnemingsvonnis gewezen tegen de veroordeelde, die samen met anderen ruim 1.500 bitcoins heeft gestolen in november 2017. De ontnemingsvordering is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en maakt onderdeel uit van procesafspraken tussen de officier van justitie en de verdediging.
De officier van justitie heeft het wederrechtelijk verkregen voordeel berekend op €6.000.000, een bedrag dat door de veroordeelde niet is bestreden tijdens de terechtzitting. De rechtbank heeft dit bedrag vastgesteld als het te ontnemen voordeel en heeft tevens de betalingsverplichting aan de Staat op dit bedrag bepaald.
De maximale duur van de gijzeling die kan worden toegepast bij niet-betaling is vastgesteld op 1 dag, conform de gemaakte procesafspraken. De rechtbank benadrukt haar eigen verantwoordelijkheid om te toetsen of aan de wettelijke voorwaarden voor ontneming is voldaan, wat zij in deze zaak bevestigt.
De veroordeelde heeft tevens afstand gedaan van verdedigingsrechten in het kader van deze procesafspraken, nadat hij zich bewust was van de rechtsgevolgen. Dit ontnemingsvonnis volgt op een eerdere veroordeling van dezelfde rechtbank voor de diefstal van de bitcoins.