De huurder van een woning van Woningbouwvereniging Hoek van Holland werd geconfronteerd met een eis tot ontbinding van de huurovereenkomst nadat de politie in november 2023 een aanzienlijke hoeveelheid cocaïne en andere drugsgerelateerde artikelen in de woning aantrof. De huurder werd veroordeeld voor medeplegen van voorbereidingshandelingen voor drugshandel, maar betwistte dat de ontbinding gerechtvaardigd was.
De kantonrechter erkende dat de huurder de huurovereenkomst had geschonden en dat de tekortkoming ernstig was doordat de woning onderdeel werd van het criminele circuit. Echter, de woning was geen publiek bekende drugshandellocatie en er was geen overlast voor de buren. De rol van de huurder was beperkt en mede beïnvloed door haar kwetsbare psychische gesteldheid.
De huurder kampte met complexe PTSS en andere psychische problemen, waarvoor zij recent klinische hulp was gestart. Het verlaten van de woning zou haar psychische toestand verslechteren en suïcidaliteit vergroten. Gezien deze omstandigheden en het ontbreken van alternatieve woonruimte, vond de kantonrechter de tekortkoming niet ernstig genoeg voor ontbinding.
De kantonrechter wees de eis van de woningbouwvereniging af en veroordeelde deze tot betaling van de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging bij ernstige tekortkomingen in huurrelaties, waarbij persoonlijke omstandigheden zwaar kunnen wegen.