Infinitas, een zorgaanbieder, is bij vonnis van 23 augustus 2024 veroordeeld tot betaling van een geldsom aan Carekine. Infinitas verzoekt om schorsing van de executie van dit vonnis omdat zij stelt dat zij anders failliet zal gaan en dat dit ook haar cliënten en medewerkers zal raken.
De kantonrechter oordeelt dat het verzoek een executiegeschil betreft en dat hij bevoegd is om hierover te beslissen. Hoewel Infinitas een spoedeisend belang heeft, is onvoldoende onderbouwd dat de executie tot een noodtoestand of faillissement zal leiden. De gestelde financiële problemen zijn niet met stukken onderbouwd.
Carekine betwist de noodtoestand en benadrukt dat zij al twee jaar op betaling wacht. De kantonrechter weegt de belangen af en concludeert dat de belangen van Carekine zwaarder wegen dan die van Infinitas. De vordering tot schorsing wordt afgewezen en Infinitas wordt veroordeeld in de proceskosten.