De zaak betreft een machtiging gesloten jeugdhulp voor een minderjarige die ernstige gedragsproblemen vertoont en reeds meerdere keren is weggelopen. De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de gesloten plaatsing, gezien de noodzaak tot stabilisatie en het voorkomen van verdere escalatie.
De minderjarige en haar vertegenwoordigers, waaronder de tante en de voogden, stelden dat een plaatsing bij de tante met passende hulpverlening de voorkeur heeft boven een gesloten instelling. De kinderrechter constateerde dat hoewel eerdere plaatsing bij de tante niet zonder problemen verliep, er ook positieve aspecten waren en dat hulpverlening toen ontbrak.
De kinderrechter oordeelde dat gesloten plaatsing noodzakelijk is vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen, maar dat een minder ingrijpende oplossing, namelijk verblijf bij de tante met intensieve ambulante hulp, de voorkeur verdient. Daarom werd de machtiging gesloten jeugdhulp verlengd voor één maand om de inzet van hulpverlening bij de tante mogelijk te maken, waarna de minderjarige daar kan terugkeren.
De beslissing werd mondeling gegeven op 26 september 2024 en schriftelijk vastgesteld op 4 oktober 2024. Het resterende verzoek om machtiging voor zes maanden werd afgewezen. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.