ECLI:NL:RBROT:2024:10879
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Sluiting woning wegens grote hoeveelheid drugs en drugshandel in Rotterdam
De burgemeester van Rotterdam heeft besloten om de woning van verzoeker voor drie maanden te sluiten na een politieonderzoek waarbij grote hoeveelheden harddrugs, softdrugs en versnijdingsmiddelen werden aangetroffen. Verzoeker betoogde dat de drugs door een kennis tijdens zijn afwezigheid waren geplaatst en dat hij op korte termijn wil emigreren, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet en dat gezien de omvang van de aangetroffen drugs en druggerelateerde attributen de sluiting noodzakelijk was ter bescherming van het woon- en leefklimaat en het herstel van de openbare orde. Verzoeker kon geen aannemelijke verklaring geven over het uitlenen van de sleutel en het feit dat de drugs na zijn terugkomst nog aanwezig waren, versterkte het vermoeden van betrokkenheid.
De belangenafweging viel in het nadeel van verzoeker uit, mede omdat hij geen bewijs leverde van zijn emigratieplannen en geen medische of andere omstandigheden aannemelijk maakte die een evenwichtige afweging zouden rechtvaardigen. De voorzieningenrechter wees het verzoek af, waardoor de burgemeester de woning mag sluiten voor drie maanden.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af, waardoor de burgemeester de woning mag sluiten voor drie maanden.