Stichting Co Wonen heeft de huurder gedagvaard wegens niet-nakoming van betalingsverplichtingen uit de huurovereenkomst van een woonruimte. De huurder is niet verschenen, waardoor verstek is verleend. De kantonrechter heeft ambtshalve beoordeeld of het huurprijswijzigingsbeding in de overeenkomst oneerlijk is, wat bevestigd werd. Het beding stond een jaarlijkse huurverhoging toe op basis van de consumentenprijsindex plus een extra 5%, wat als onredelijk bezwarend werd aangemerkt en vernietigd.
De huurprijs wordt geacht onveranderd te zijn gebleven op het oorspronkelijke bedrag van € 1.150,- kale huur plus servicekosten. De gevorderde huurachterstand is verminderd met de te veel berekende huurverhogingen. De betalingsachterstand is vastgesteld op € 3.098,96. Daarnaast zijn wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten van € 762,37 toegewezen. De proceskosten van € 1.039,39 zijn eveneens aan de huurder opgelegd.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat Co Wonen direct tot executie kan overgaan. Dit vonnis beschermt huurders tegen onredelijke huurprijsverhogingen en benadrukt de toetsing van huurprijswijzigingsbedingen aan de richtlijn inzake oneerlijke bedingen.